Groei en Innovatie vanuit Diversiteit: aan de slag met het Diversiteit & Inclusie Kompas

Ongecategoriseerd

Hoe maak je van diversiteit een motor voor groei en innovatie in je team? In deze workshop leer je werken met het Diversiteit & Inclusie Kompas, een praktische methode waarmee je inclusie stimuleert aan de hand van 8 sleutels naar verbinding in diversiteit. Zo creëer je een hecht team met blije en veerkrachtige medewerkers die uitblinken.

VOOR WIE ? – Voor leidinggevenden en HR-medewerkers die concreet aan de slag willen met Diversiteit & Inclusie

PROGRAMMA – Teams die inzetten op Diversiteit & Inclusie zijn productiever, creatiever, veerkrachtiger. De teamleden blijven langer, maken minder fouten en zijn meer gefocust op het gemeenschappelijke doel. Inclusie laat je team excelleren. Maar meestal krijg je dit effect niet vanzelf. Het vraagt gerichte actie.

Tijdens deze dag verwerf je inzicht in de belangrijkste voordelen van Diversiteit & Inclusie op de werkvloer. Je leert werken met een heel concreet en praktisch instrument, het Diversiteit & Inclusie Kompas, dat je meteen de volgende dag kan inzetten om de verbinding in je team te versterken. Je gaat aan de slag met je eigen praktijkvoorbeelden en put inspiratie uit de groep. Met het handige werkboek pas je de lessen nadien makkelijk toe op je werkplek.

Koop je ticket op Eventbrite.

Kraakt jouw team ook onder het inclusie-ideaal? Drie suggesties voor een Onderwijs 5.0

Ongecategoriseerd

“Vroeger gaven we les voor de gemiddelde leerling,” vertelde meester Patrick in de #pano uitzending van 28 maart. “Wie een gedragsprobleem had, werd gewoon achteraan in de klas gezet. Zolang die niet stoorde, werd er eigenlijk niet verder mee omgegaan. Dat is geëvolueerd. We geven nu voor iedereen les. Dat vraagt natuurlijk veel meer energie.” Het basisonderwijs kraakt onder dit inclusie-ideaal : iedereen mag erbij horen, we vragen voor ieder kind een traject op maat. Maar bij wie kan de leerkracht terecht als het moeilijk gaat ? Het onthutsende antwoord op die vraag: “Als zij/hij geluk heeft bij de directie …”

Donderdag mocht ik bij Hautekiet op Radio 1 (vanaf 28:50) reageren op de uitzending, naar aanleiding van het ONDERWIJSLABO ‘Veerkracht in Superdiversiteit’ dat ik op 4 mei in Gent organiseer, samen met Anja Copejans (Transform) en Eefje Cottenier (De Stuyverij). Met de steun van de Onderwijsadvocaat.

Wat mij het meest trof in de reportage, was het spanningsveld tussen enerzijds een klascontext die steeds diverser, en dus complexer wordt en de leerkracht die er nog altijd grotendeels alleen voor staat … Prof. Valcke zei daarover: ook al hebben we vandaag te maken met een fundamenteel andere realiteit, de meeste scholen blijven functioneren vanuit een ‘klassiek’ model van 1 leerkracht met een ‘jaarklas’ … Dit systeem werkt niet meer in superdiversiteit. Scholen zijn dringend aan een transformatie toe, naar een Onderwijs 5.0.

Op 4 mei gaan we met directeurs, bestuurders en beleidsmedewerkers aan de slag rond de vraag hoe een Onderwijs 5.0 eruit kan zien. We staan stil bij de veerkracht van het team en onderzoeken welke schoolcultuur die veerkracht ondersteunt.

We vertrekken van twee uitgangspunten. (1) Superdiversiteit is hier om te blijven. We kunnen niet terug naar een homogene klas. (2) In een context van superdiversiteit is het onrealistisch om van (jonge) leerkrachten te blijven verwachten dat ze deze complexiteit in hun eentje kunnen bolwerken.

Hoe kunnen scholen met dit gegeven omgaan ? We geven drie keer een aanzet tot het gesprek.

1 – NORMALISEER de diversiteit. Het is immers het nieuwe normaal. Anno 2018 is een klaspraktijk waarbij de ‘afwijkende’ leerling achteraan in een hoekje wordt verstopt, maatschappelijk onaanvaardbaar geworden. Dat behoort definitief tot het verleden. Het heeft weinig zin om voor of tegen diversiteit te zijn; we moeten er hoe dan ook mee leren omgaan.

2 – SCHAKEL in codes en rollen. Geijkte patronen loslaten en flexibel, out-of-the box invulling geven aan wat een scholengemeenschap kan zijn, lijkt ons een 2de belangrijke stap. In pano werd wat meewarig gedaan over de mama’s die ingeschakeld worden in het leerproces, maar is dit niet een heel mooie invulling van ouderbetrokkenheid ? Hoewel het natuurlijk net zo goed de papa’s mogen zijn die helpen met het fruit-moment … En waarom niet de ervaren leerkracht inschakelen om de starters te coachen – de droom van meester Patrick ? Ook peer-to-peer teaching (sterkere leerlingen die uitleg geven aan de tragere leerders) of peer-to-peer mediation (oudere leerlingen die bemiddelen bij schermutselingen op de speelplaats) zijn interessante denkpistes.

3 – CO-CREËER in een lerende scholengemeenschap. Inclusief onderwijs zal co-creatief zijn of het zal niet zijn. De enige manier om veerkrachtig te blijven en burn-out te vermijden in superdiversiteit is via samenwerking en co-creatie. Co-teaching is op zich een goed begin, maar gaat niet ver genoeg. In scholen waar niet aan de cultuur gesleuteld wordt, is het slechts een doekje voor het bloeden …

Toen ik zelf in het onderwijs stond, viel het me op hoezeer het delen van lesvoorbereidingen aanzien werd als een ‘grote gunst’. Veel van mijn collega’s beschouwden dat materiaal als hun privé-bezit. Het hing van de welwillendheid van het individu af of er wel of niet gedeeld werd … Nochtans wordt het loon van de leerkracht door de gemeenschap betaald. Is het resultaat van dat werk dan niet collectief eigendom ? De leerkracht die naar school komt als een ‘kleine zelfstandige’, de klasdeur achter zich dichttrekt en enkel met de eigen leerlingen wil bezig zijn, wordt in het Onderwijs 5.0 een anachronisme.

Enkel scholen die resoluut kiezen voor samenwerking als standaard handelingswijze, voor co-creatie aan een gedragen resultaat, zullen er in de toekomst in slagen het inclusie-ideaal waar te maken én tegelijk het aantal burn-outs tot een minimum te beperken.

Natuurlijk vraagt zo’n transformatie een inspanning. Ook hier zal het belangrijk zijn krachten te bundelen in bredere netwerken. Dat is precies wat we in het Onderwijslabo van 4 mei willen doen. We reiken concrete handvatten aan en gaan samen in gesprek.

Wil je meer weten of ben je er graag bij ? Klik dan hier. Wacht niet te lang met het bestellen van je ticket, want het aantal plaatsen is beperkt !

Met de steun van :

 

Tip # 10 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod

Ongecategoriseerd

Nu we onze huidige manier van werken gescreend hebben op toegankelijkheid aan de hand van de 7 B-s, is het moment gekomen om daar conclusies uit te trekken. Waar zitten de voornaamste knelpunten? Welke drempels houden we (wellicht onbewust) in stand? En wat zullen we daar de komende maanden concreet aan doen? Tijd voor ACTIE!

Tip # 10 van 10 : BEPAAL JE PRIORITEITEN EN MAAK EEN ACTIEPLAN

Om je prioriteiten te kunnen bepalen en een actieplan te maken heb ik voor jou een Werkblad Actieplan Toegankelijkheid ontwikkeld, dat je kan openen door op de link te klikken. Je hoeft daarvoor geen e-mail adres in te voeren. Je krijgt het helemaal cadeau!

Vul eerst het doelpubliek en het initiatief in waarvoor je de oefening maakte. Ook in je actieplanning blijf je hier de focus op houden. Breng vervolgens elke score die je de voorbije dagen aan de 7 B-s gaf, over in het diagram.

PRIORITEITEN BEPALEN

Dat doe je door op elke as een punt te zetten bij het passende cijfer. Verbind vervolgens de punten met elkaar, zoals in het onderstaande voorbeeld.

Nu zie je in één oogopslag waar zich de grootste drempels voor de toegankelijkheid van je aanbod of initiatief voor (een specifiek deel van) je doelgroep situeren. Waar de figuur breed open gaat, zit de toegankelijkheid goed. Waar de figuur zich sluit naar de kern, zijn er drempels. In dit voorbeeld liggen de prioriteiten om de toegankelijkheid te verbeteren, bij BETROUWBAARHEID en bij BRUIKBAARHEID.

ACTIEPLAN MAKEN

Eens het duidelijk is wat voor jouw organisatie de prioriteiten zijn, kan je samen met je team brainstormen over mogelijke acties. De VOORBEELDEN VAN VERBETERACTIES, die bij elke B werden opgesomd, kunnen hier dienen als inspiratie.

Selecteer uit de brainstorm een paar concrete acties. Maak daarbij een onderscheid tussen wat jij persoonlijk kan (individueel) doen en wat je team of organisatie kan doen (collectief). Je kan ook een onderscheid maken tussen

  • beginnen doen
  • anders doen
  • niet meer doen

Probeer bij het bepalen van acties rekening te houden met de draagkracht van jou en je team. Beter 2 acties uitwerken die haalbaar zijn en die je effectief zal kunnen volbrengen, dan een actieplan te maken van 10 acties en dan na een jaar te merken dat geen enkel is gelukt …

Streef er ook naar om je acties SMARTI te formuleren:

  • Specifiek
  • Meetbaar
  • Acceptabel
  • Realistisch
  • Inspirerend

Zo! Daarmee ben ik aan het eind gekomen van 2 weken en 10 tips voor een bredere toegankelijkheid van school, hulp- en dienstverlening, sport en vrije tijdsaanbod. Heb je een vraag of feedback, laat dan zeker hieronder een reactie achter. Je kan me ook vrijblijvend contacteren via de contactpagina of op het nummer 0479 78 60 20. Ik ga graag met je in gesprek.

Veel succes!

 

 

 

Tip # 9 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod

Ongecategoriseerd

Vandaag al de laatste van de 7 B-s van Toegankelijkheid!

Merk je dat jongeren, LGBT, mensen met migratie-achtergrond, … systematisch weg blijven bij je jeugdbeweging, schoolfeest, hulp- en dienstverlening of sportclub – ook al wil je hen er oprecht graag bij? Dan kan je nog een laatste mogelijke drempel in overweging nemen, nl. de BETROUWBAARHEID. We stellen onszelf de vraag: heeft onze doelgroep vertrouwen in ons? We staan stil bij ons imago en bij wat we doen om vertrouwen in te boezemen.

Tip # 9 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG: “ZIJN WIJ BETROUWBAAR?”

Belangrijke vragen hier zijn:

  • Wat is ons imago bij de verschillende segmenten van onze doelgroep?
  • Heeft iedereen in onze doelgroep vertrouwen in de organisatie en in de medewerkers?
  • Zijn we ook te vertrouwen?
  • Voelen mensen zich welkom bij ons? Bieden wij een warme en veilige omgeving? Dragen we zorg voor mensen die bij ons over de vloer komen?
  • Grijpen we in wanneer iemand hier beledigd of vernederd wordt?
  • Maken we duidelijke afspraken over hoe we met elkaar omgaan? En zorgen we ervoor dat die nageleefd worden?
  • Voeren we een actief non-discriminatiebeleid?
  • Werken we samen met de vertrouwenspersonen van hen die we willen bereiken?

We beantwoorden nog een laatste keer deze vragen, denkend aan dat deel van onze doelgroep dat we moeilijk bereiken. Ik geef een paar voorbeelden. Een organisatie die heel opvallend religieuze symbolen aanbrengt in haar lokalen, zal weinig vertrouwen inboezemen bij mensen van een andere levensbeschouwing, omdat ze het gevoel krijgen dat ze daar niet op hun plaats zijn … Een televisiezender die alleen maar blanke mensen in beeld brengt, wekt bij mensen met een donkerder huidskleur de indruk dat ze van geen tel zijn. Een wachtzaal van een huisartsenpraktijk waar een dakloze door andere patiënten beschimpt wordt, is een onveilige omgeving voor mensen in armoede, tenzij het medisch personeel ingrijpt en de dakloze in bescherming neemt.

Goede praktijk – Het verhitte debat vorige week rond ouderparticipatie naar aanleiding van de uitspraken van minister Crevits zit ons nog vers in het geheugen. Terecht werd in dat verband de aandacht gevestigd op de Gentse brugfiguren. Ze vormen de perfecte illustratie van het verhogen van de betrouwbaarheid van scholen in functie van een bredere toegankelijkheid.

In Gent worden al 20 jaar brugfiguren ingezet om een brug te maken tussen de school en (kwetsbare) ouders. Ze brengen de thuissituatie van kinderen binnen in de school en omgekeerd. Ze vertrekken daarbij vanuit het kind en proberen met de ouders een vertrouwensband op te bouwen. Dat kan zijn door een babbeltje aan de schoolpoort, een kop koffie in de ochtend, een huisbezoek. Soms gaan ze ook met leerkrachten op huisbezoek. De brugfiguren maken op die manier hun naam waar. Ze zijn sleutelfiguren die ook door andere organisaties in de wijk aangesproken kunnen worden. Bij het project Brood ’n Babbel, dat ik vorig jaar bij Buurtwerk in Gent begeleidde, waren de brugfiguren bijvoorbeeld van onschatbare waarde in het toeleiden van mama-s naar onze ontmoetingsmomenten.

Intercultureel bemiddelaars hebben een gelijkaardige functie. In het bijgaande filmpje vertelt Mihaela over haar werk met Roma-cliënten.

Mogelijke verbeteracties

  • We gaan op zoek naar de sleutelfiguren in onze doelgroep en bouwen een goede band met hen op.
  • We werken aan een open sfeer en warm welkom. We hebben bijzondere aandacht voor mensen die voor het eerst bij ons over de drempel stappen.
  • In onze foto-s en ander beeldmateriaal tonen we de diversiteit in onze doelgroep. Zo kunnen mensen zich makkelijker met ons identificeren.
  • In de aankleding van onze lokalen zijn we zo neutraal mogelijk of weerspiegelen we de diversiteit in onze doelgroep.
  • We ontwikkelen een non-discriminatiecode en communiceren er duidelijk over. Het blijft geen dode letter.
  • We zorgen ervoor dat alle personeelsleden én vrijwilligers met cliëntencontact dezelfde open houding uitstralen.

Jouw actie – Beoordeel je situatie op dit moment? Is BETROUWBAARHEID een drempel naar je aanbod of initiatief?

  • 5 punten = dit is helemaal geen drempel
  • 4 punten = we zijn goed bezig
  • 3 punten = het is redelijk
  • 2 punten = hier is nog werk aan de winkel
  • 1 punt      = dit is een grote drempel

Geef jezelf een score en schrijf ze op een papiertje. Morgen bij tip # 10 heb je alle scores bij de B-s opnieuw nodig om je prioriteiten voor actie te bepalen.

De laatste tip uit deze reeks gaat over het selecteren van 2 à 3 werkpunten en het schrijven van een actieplan.

Tip # 8 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod.

Ongecategoriseerd

We zijn al bij de voorlaatste B gekomen! De B van BEGRIJPELIJK wijst ons ook in de richting van een mogelijke drempel. We stellen onszelf de vraag: verstaan de mensen in onze doelgroep eigenlijk wel wat we zeggen en schrijven? We denken daarbij niet alleen aan de kennis van de Nederlandse taal, maar ook aan de helderheid van ons Nederlands en de mate waarin we jargon of dialect gebruiken.

Tip # 8 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG: “ZIJN WIJ BEGRIJPELIJK?”

Belangrijke vragen hier zijn:

  • Weten wij welke moedertaal of contacttaal de leden van onze doelgroep spreken?
  • Begrijpt onze doelgroep de taal die we gebruiken?
  • Begrijpt iedereen in onze doelgroep wat we schrijven op flyers en affiches, in folders, op Facebook, in presentaties, …?
  • Gebruiken we niet teveel moeilijke woorden, jargon of dialect?

De taaldrempel heeft een veel grotere impact dan we doorgaans vermoeden. En dit is niet alleen het geval bij mensen voor wie Nederlands een 2de (of 3de, 4de) taal is … Leerkrachten, hulp- en dienstverleners zijn doorgaans hoog geschoold en hebben vaak zelf niet in de gaten hoe complex hun taalgebruik is, hoeveel jargon ze gebruiken, of hoe gemakkelijk het ‘ambtenarees’ in hun zinnen sluipt.

Deze voormiddag stond ik bijvoorbeeld in de lift van een stedelijke dienst en ik las de volgende boodschap: “Het gebruik van de lift is verboden voor onvergezelde kinderen van onder de 18 jaar.” Ik durf te betwijfelen of de kinderen voor wie de boodschap bedoeld is, deze zin kunnen ontcijferen … Dezelfde inhoud kan ook zo klinken: “Kinderen < 18 jaar mogen de lift niet gebruiken als ze alleen zijn.” Of: “Kinderen moeten samen zijn met een volwassene om de lift te gebruiken.”

Een andere belangrijke drempel in begrijpelijkheid is het gebruik van het dialect. Voor iemand uit een andere regio en voor wie algemeen Nederlands als 2de taal leert, zijn dialect gesprekken in een groep – bijvoorbeeld tijdens een activiteit – zo goed als ondoorgrondelijk. Dat verhoogt het gevoel ‘er niet bij te horen’ en kan voor mensen een reden zijn om af te haken.

Opmerkelijke illustratie in dit verband is het initiatief dat men in West-Vlaanderen in 2009 nam. VDAB startte toen met het geven van cursussen ‘West-Vlams voe behunners’. Dat was volgens de VDAB uit pure noodzaak: “Anderstaligen die bij ons Nederlands hebben geleerd, blijken op de werkvloer vaak nergens te staan, omdat er bijna constant West-Vlaams wordt gesproken’, zei docent Hans Declercq toen.

Vaak onderschatten we ook hoe moeilijk het is voor sommige mensen om Nederlands te leren. Daarin speelt een hele waaier aan factoren een rol in. Pol Goossen werkte een aantal jaar geleden mee aan deze animatiefilm, die je kan gebruiken om mensen gevoeliger te maken voor de obstakels die mensen moeten overwinnen bij taalverwerving.

Mogelijke verbeteracties

  • We informeren ons over onze potentiële cliënten of deelnemers en zoeken uit welke taal ze spreken.
  • We spreken en schrijven eenvoudig, toegankelijk Nederlands. We vermijden ‘ambtenarees’. Ons doel is om verstaanbaar te zijn, niet om de Pulitzerprijs te winnen …
  • We ondersteunen eventueel met pictogrammen en illustraties.
  • We schakelen zelf niet onmiddellijk over naar Frans, Engels of een anderecontacttaal in gesprekken met anderstalige cliënten: zo ontnemen we hen niet de kans om Nederlands te oefenen.
  • We houden er rekening mee dat nieuwe inwoners in Vlaanderen wél verplicht Nederlands leren, maar géén dialect …
  • We kiezen voor een waarderende benadering van meertaligheid, vanuit ons doel mensen samen te brengen en te verbinden. Dit kan op vele manieren. Eén voorbeeld is zelf Nederlands te spreken en de ander te laten antwoorden in de moedertaal of een contacttaal. Begrijpen is immers makkelijker dan spreken.

Jouw actie – Beoordeel je situatie op dit moment? Is BEGRIJPELIJKHEID een drempel naar je aanbod of initiatief?

  • 5 punten = dit is helemaal geen drempel
  • 4 punten = we zijn goed bezig
  • 3 punten = het is redelijk
  • 2 punten = hier is nog werk aan de winkel
  • 1 punt      = dit is een grote drempel

Geef jezelf een score en schrijf ze op een papiertje. Bij tip # 10 heb je ze opnieuw nodig.

De laatste B, die we morgen bespreken, is nog een heel belangrijke:  de B van BETROUWBAAR. Hier staan we stil bij ons imago en bij de dingen die we doen om het vertrouwen van onze doelgroep op te wekken.

Graag tot dan!

Tip # 7 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod.

Ongecategoriseerd

Toegankelijkheid van je aanbod gaat ook over de B van BRUIKBAARHEID. Wanneer een deel van je doelgroep systematisch je aanbod links laat liggen, dan zou dat kunnen wijzen op een mismatch met de noden / wensen / belangen van je potentiële cliënt of deelnemer. Stel je dan de vraag: zijn wij BRUIKBAAR voor hen?

Tip # 7 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG: “ZIJN WIJ BRUIKBAAR?”

Belangrijke vragen hier zijn:

  • Kennen wij de wensen en behoeften van de verschillende leden van onze doelgroep voldoende?
  • Sluiten onze initiatieven daar voldoende bij aan?
  • Zijn onze activiteiten nuttig / zinvol / interessant voor de doelgroep?
  • Is ons aanbod voldoende gebruiksvriendelijk? Kunnen mensen ermee aan de slag?
  • Maken we duidelijke, heldere afspraken?
  • Functioneert onze groep goed? Of zijn er onderhuidse conflicten die voor een negatieve sfeer zorgen?

Ook in dit deel van de oefening zoomen we in op het segment van onze doelgroep dat we niet bereiken, ondanks dat we dat wél willen. Een lage bruikbaarheid kan echt over de kern van het aanbod gaan. Een computercursus die zich vnl. richt op jongeren zal bijvoorbeeld een andere instapniveau hanteren dan een cursus voor senioren, die niet opgegroeid zijn met computers. Maar soms zit de drempel in kleine dingen, gewoonten die we hebben en die we zo normaal vinden dat we er niet bij stilstaan dat ze voor anderen een drempel kunnen vormen. Bij een vorige werkgever bijvoorbeeld stond naast het toilet een klein plastic waterkannetje. Dit was voor de Islamitische collega’s die zich bij een toiletbezoek liever afspoelden i.p.v. enkel toiletpapier te gebruiken.

Soms zit de drempel ook in de groepsdynamiek of de sfeer die ergens heerst. Een buurthuis of seniorenwerking die door één groep gebruikers volledig ‘geclaimd’ wordt bijvoorbeeld – waarbij ze op subtiele of minder subtiele wijze duidelijk maken dat zij en zij alleen daar de lakens uitdelen – maakt de plaats of activiteit minder bruikbaar voor andersdenkenden. Een radio die luid staat te brullen op een zender die enkel door een klein deel van de doelgroep gewaardeerd wordt, zorgt er eveneens voor dat anderen zich daar niet thuis voelen. Zeker in het domein van vrije tijd zullen mensen zich liever de kwelling besparen dan te proberen tegen het claimgedrag of de onaangename sfeer in te gaan.

Casus – De vraag van bepaalde cliënten om niet door iemand van het andere geslacht geholpen te worden, kunnen we ook onder BRUIKBAARHEID situeren. Vooral in de gezondheidszorg – waarbij de cliënt iemand in z’n intieme ruimte moet toelaten – komt het regelmatig voor dat een cliënt uitdrukkelijk vraagt naar een dokter of  hulpverlener van hetzelfde geslacht. Ik denk aan vrouwen met barensweeën die op de spoed vragen naar een vrouwelijke gynaecoloog, of mannen die het niet zien zitten om hun kwetsbaarheid te tonen bij een vrouwelijke psychologe. Of ik denk aan het Woonzorgcentrum dat ik begeleidde, waar de zusters die er nog woonden, niet door de mannelijke zorgkundige gewassen wilden worden. Ook al was hij even competent als z’n collega’s en bijzonder aimabel van karakter, de gedachte dat hun lichaam door een andere man dan God aangeraakt zou worden, was voor hen ondraaglijk.

Hoe je hier als voorziening mee omgaat, hangt af van de mogelijkheden die je hebt. Vanuit je professionele houding als hulp- en dienstverlener zal je waarschijnlijk het welzijn en welbevinden van de cliënt voorop stellen. Een hedendaagse visie op zorg hecht veel belang aan het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt: mensen die hulp nodig hebben, blijven baas over het eigen lichaam. Vanuit die redenering werd in het Woonzorgcentrum de hygiënische zorg voor de zusters door een vrouwelijke zorgkundige opgenomen. De mannelijke collega kon daar begrip voor opbrengen.

Toch is het niet altijd haalbaar om op de wensen van de cliënt in te gaan. Er is in de avond of nacht niet altijd een vrouwelijke arts beschikbaar. Of soms heeft een voorziening enkel vrouwelijke psychologen. Op zo’n moment is het belangrijk hierover met de cliënt helder te communiceren. Je erkent de vraag van de cliënt en de legitimiteit ervan, je geeft aan dat je weet dat het voor de cliënt een belangrijke bekommernis is, en vervolgens leg je uit dat het huidige aanbod het beste is wat je te bieden hebt: “Je zal het met mij moeten doen … Er is momenteel geen alternatief.” Vervolgens heeft de cliënt – vanuit het zelfbeschikkingsrecht – de vrije keuze om wél of niet op je hulpaanbod in te gaan. Het staat ieder van ons immers vrij om hulp te weigeren. Helder communiceren van de grenzen van het aanbod is hier de belangrijkste opdracht van de voorziening.  

 Mogelijke verbeteracties

  • We spreken onze potentiële cliënten of deelnemers aan en vragen feedback op onze plannen.
  • We betrekken de sleutelfiguren in onze doelgroep bij de modernisering van ons aanbod.
  • We doen een cliëntentevredenheidsmeting en hebben in het bijzonder aandacht voor mensen die één keer komen kennis maken, maar dan toch afhaken.
  • In de communicatie over ons aanbod benoemen we de meerwaarde voor de doelgroep: we omschrijven wat zij erbij te winnen hebben, vanuit verschillende referentiekaders.
  • We maken duidelijke afspraken in de groep en leggen die vast in een huishoudelijk reglement.
  • We pakken claimgedrag aan.

 

Jouw actie – Beoordeel je situatie op dit moment? Is BRUIKBAARHEID een drempel naar je aanbod of initiatief?

  • 5 punten = dit is helemaal geen drempel
  • 4 punten = we zijn goed bezig
  • 3 punten = het is redelijk
  • 2 punten = hier is nog werk aan de winkel
  • 1 punt      = dit is een grote drempel

Geef jezelf een score en schrijf ze op een papiertje. Bij tip # 10 heb je ze opnieuw nodig.

Morgen zijn we al bij de voorlaatste B aanbeland:  die van BEGRIJPELIJK. Dit gaat over taal, waarbij we niet enkel stilstaan bij het Nederlands, maar ook bij jargon en dialecten.

Graag tot dan!

Tip # 6 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod.

Ongecategoriseerd

Vandaag heb ik voor jou al tip # 6 van 10 om de toegankelijkheid van je aanbod te verhogen voor heel je doelgroep. Deze tip gaat over de vierde B in het rijtje. Merk je dat je een deel van je doelgroep niet bereikt, ondanks de inspanningen die je doet, stel je dan de vraag: zijn wij BETAALBAAR? En dat gaat niet alleen over de kostprijs in euro. Soms hangt er aan je aanbod ook een psychologische prijs vast …

Tip # 6 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG: “ZIJN WIJ BETAALBAAR?”

Belangrijke vragen hier zijn:

  • Houden we rekening met de financiële draagkracht van iedereen in onze doelgroep bij het bepalen van prijzen voor deelname, maaltijden, drank, uitstappen, …?
  • Houden we er rekening mee dat de kosten van een babysit of openbaar vervoer zelfs een gratis activiteit duur kunnen maken voor een gezin met een beperkt inkomen?
  • Ontsluiten we voldoende de beschikbare tegemoetkomingen of subsidies die de kostprijs voor onze doelgroep kunnen drukken?
  • Als we een sociaal tarief voorzien voor mensen met een beperkt inkomen, doen we dat dan op een discrete manier?
  • Is er een psychologische prijs verbonden aan ons / onze activiteiten?

Probeer ook nu deze vragen te beantwoorden voor het segment in je doelgroep dat systematisch afwezig blijft. Wat mij het meest opvalt in mijn begeleidingen, is hoe moeilijk het is voor mensen die het financieel goed hebben, om in te schatten wat ‘duur’ is. Bij een spaghetti-avond op school of in het buurthuis worden vb. vaak de prijzen van 8 euro/volwassene en 5 euro/ kind gebruikt. Dat klinkt heel democratisch. Evenwel, voor een gezin met 3 kinderen is de rekening dan 31 euro … Voor een gezin met een leefloon of in schuldbemiddeling is dat het weekbudget voor eten. Weinig kans dus dat dit gezin het volledige budget voor eten voor een week op één avond zal opgebruiken … Ook al verlangen ze misschien wél naar contact met de buren of betrokkenheid bij de school …

Wat we ook vaak verkeerd inschatten, is dat het armoederisico bij mensen met een migratie-achtergrond in België aanzienlijk veel hoger ligt dan gemiddeld. De armoede in onze steden is in belangrijke mate een ‘gekleurde armoede’. We zijn te snel geneigd om een lagere participatiegraad van mensen met migratieachtergrond aan activiteiten, buurtleven of de schoolgemeenschap toe te schrijven aan onwil of desinteresse, terwijl vaak de betaalbaarheid de grootste drempel is.

En dan is er nog de psychologische prijs … Wat wordt daarmee bedoeld? Het gaat om de gevoelsmatige prijs die verbonden is aan activiteiten of diensten, ofwel omdat ze ‘ongebruikelijk’ zijn in de leefwereld van de persoon, omdat ze schaamte of schande opwekken, of omdat ze imagoschade veroorzaken.

Voorbeeld – Een gezin in armoede wil nog steeds niet deelnemen aan een uitstap naar het pretpark, ook al hebben de andere (lees: rijkere) deelnemers aangeboden om de kosten voor dit gezin onder mekaar te verdelen … Het gevoel van schaamte, of het gevoel bij de anderen ‘in de schuld’ te staan, kan zo oncomfortabel zijn dat thuisblijven gewoon de meer aangename optie is. De psychologische prijs is té hoog.

Voorbeeld – Een jongeman met Tunesische roots  wil graag politieagent worden, maar zijn gezinsleden hebben al meermaals een aanvaring met de politie gehad, waarbij ze vonden dat ze racistisch bejegend werden. Deze jongeman zal mogelijks een psychologische prijs betalen voor zijn droom. Het zou kunnen dat hij op onbegrip stuit of het verwijt krijgt een ‘verrader’ te zijn … 

Voorbeeld – Een bejaarde Congolese vrouw overweegt om – als ze zorgbehoevend wordt en het té moeilijk is voor haar kinderen om haar op te vangen – naar een Rust- en Verzorgingstehuis te gaan. Maar haar vriendinnen hebben haar verteld dat ze zich daar door een man moet laten wassen en dat de bewoners halfnaakt door de gangen dwalen … Dit vooruitzicht vervult haar met angst. Naast het financiële prijskaartje is er voor haar een zeer hoog psychologisch prijskaartje.

 Mogelijke verbeteracties

  • We doen onze activiteiten zoveel mogelijk gratis, zeker in grootstedelijke context. We bieden koffie, thee en kraantjeswater altijd gratis aan.
  • We voorzien gratis kinderopvang of een speelhoek bij activiteiten en vergaderingen.
  • We voorzien een sociaal tarief voor mensen in armoede. We communiceren dit helder en verzekeren een discrete procedure.
  • We werken met ‘vrije bijdrage’: iedereen geeft naar eigen vermogen.
  • We zijn alert voor signalen van een psychologische prijs en gaan in gesprek over manieren om deze naar beneden te halen (vb. door mensen met hun familie uit te nodigen en een persoonlijke rondleiding te geven).

 

Jouw actie – Beoordeel je situatie op dit moment? Is BETAALBAARHEID een drempel naar je aanbod of initiatief?

  • 5 punten = dit is helemaal geen drempel
  • 4 punten = we zijn goed bezig
  • 3 punten = het is redelijk
  • 2 punten = hier is nog werk aan de winkel
  • 1 punt      = dit is een grote drempel

Geef jezelf een score en schrijf ze op een papiertje. Bij tip # 10 heb je ze opnieuw nodig.

Morgen zijn we al bij de vijfde B aanbeland:  die van BRUIKBAAR.

Tot dan!

Tip # 5 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod.

Ongecategoriseerd

Vandaag tip # 5 van 10 om de toegankelijkheid van je aanbod te verhogen voor heel je doelgroep. Merk je dat vb. mensen met een migratie-achtergrond, met een fysieke of psychische beperking, met een beperkt inkomen, een bepaalde genderidentiteit of leeftijd systematisch afwezig blijven bij je initiatieven, stel jezelf dan de vraag: zijn wij voor hen voldoende BESCHIKBAAR? Dat is de derde B in het rijtje.

Tip # 5 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG: “ZIJN WIJ BESCHIKBAAR?”

Belangrijke vragen hier zijn:

  • Is er voldoende aanbod?
  • Is er iemand beschikbaar om informatie te geven aan mensen die dat vragen? Heeft die persoon voldoende tijd en een open houding?
  • Organiseren wij ons aanbod op de momenten dat het voor onze doelgroep past?
  • Houden we rekening met de religieuze kalender en feestdagen van andere dan de eigen levensbeschouwing?

Probeer opnieuw deze vragen te beantwoorden voor het segment in je doelgroep dat systematisch afwezig blijft. Doe je vb. een straat- of schoolfeest en wil je graag dat de moslimfamilies ook aanwezig zijn, kies dan een datum buiten de ramadan of pas het tijdstip aan en maak van iftar (avondmaaltijd na zonsondergang) een gezamenlijk moment. Een inspraakmoment tijdens de kantooruren is niet beschikbaar voor werkenden. Overweeg eventueel om een avond in de week langer open te blijven. Kamp je met wachtlijsten of is je aanbod snel volgeboekt? Overweeg dan een aantal plaatsen te reserveren voor mensen die een grotere inspanning moeten doen om tot bij jou te geraken.

Voorbeeld – Tijdens mijn begeleidingen bij hulp- en dienstverleners hoor ik regelmatig het argument: “Jamaar, onze agenda is nu al volgeboekt. Waarom zouden we inspanningen doen om nog meer cliënten aan te trekken? We hebben nu al te weinig tijd …”  Dat zal wellicht voor velen herkenbaar zijn en het is een heel reëel knelpunt, dat met de besparingen in zorg & welzijn alleen maar nijpender wordt. In tijden van personeelstekort, te grote dossierlast en hoge streefcijfers dreigt hulp- en dienstverlening een jungle te worden waarin ‘het recht van de sterkste’ primeert … Cliënten die wat trager of minder assertief zijn, met minder sociaal kapitaal, of die een grotere inspanning moeten doen om tot bij de hulp- en dienstverlening te komen, worden daarbij systematisch ‘voorbij gestoken’ door de sterkere leden van de doelgroep.   

 Mogelijke verbeteracties

  • We kiezen een contactpersoon die tijd heeft om mensen te woord te staan.
  • We zorgen voor een open, aanspreekbare onthaalmedewerker dicht bij de ingang van ons gebouw, die mensen welkom heet van zodra ze over de drempel stappen.
  • We plannen feesten en recepties niet op een moment dat een aanzienlijk deel van onze doelgroep een vastenperiode of grote religieuze feestdag heeft.
  • We reserveren een deel van het aanbod voor de minder sterke / rappe / assertieve leden van de doelgroep.

Jouw actie – Beoordeel je situatie op dit moment? Is BESCHIKBAARHEID een drempel naar je aanbod of initiatief?

  • 5 punten = dit is helemaal geen drempel
  • 4 punten = we zijn goed bezig
  • 3 punten = het is redelijk
  • 2 punten = hier is nog werk aan de winkel
  • 1 punt      = dit is een grote drempel

Geef jezelf een score en schrijf ze op een papiertje. Bij tip # 10 heb je ze opnieuw nodig.

Maandag gaan we aan de slag met de B van BETAALBAAR en staan we stil bij het begrip ‘psychologische prijs’.

Fijn weekend !

Tip # 4 van 10 voor een bredere toegankelijkheid van je aanbod.

Ongecategoriseerd

De komende 10 dagen vind je hier elke dag een concrete tip uit het E-book dat ik aan het schrijven ben: “SLOOP DREMPELS VOOR JE DOELGROEP! 7 stappen naar een bredere toegankelijkheid van je aanbod in hulp- en dienstverlening, onderwijs & vrije tijd.” Samen vormen de 10 tips een praktisch hulpmiddel waarmee je met een kleine inspanning een groter deel van je publiek bereikt en werkelijk verbinding maakt in diversiteit.

Tip # 4 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG “ZIJN WE BEREIKBAAR?”

Gisteren vroegen we ons af of heel onze doelgroep eigenlijk wel weet dat wij bestaan, wat we te bieden hebben en dat hun bijdrage / mening ons interesseert. Vandaag sporen we een tweede mogelijke drempel in onze werking op, die het voor (delen van) onze doelgroep moeilijk kan maken om tot bij ons te geraken.

De tweede B in het rijtje is de B van BEREIKBAAR.

Tip # 4 van 10: STEL JEZELF DE VRAAG: “ZIJN WIJ BEREIKBAAR?”

Belangrijke vragen hier zijn:

  • Hoe kan onze doelgroep met ons in contact komen? Hoe kunnen mensen ons bereiken?
  • Gebruiken we dezelfde communicatiekanalen als onze doelgroep? En zijn ze goed van kwaliteit?
  • Waar gaan onze activiteiten door? Waar komen wij samen?
  • Kan onze doelgroep deze plaats gemakkelijk vinden?
  • Kan onze doelgroep vlot en veilig op deze plaats komen?
  • Zijn onze procedures om deel te nemen of in te schrijven duidelijk, gemakkelijk en gebruiksvriendelijk?

Probeer opnieuw deze vragen te beantwoorden voor het segment in je doelgroep dat systematisch afwezig blijft. Wanneer je vb. een opendeurdag of buurtfeest organiseert, vraag je dan af of mensen in een rolstoel of met een visuele beperking toegang hebben tot het gebouw en de activiteiten. Wanneer je s avonds bijeen komt, weet dan dat mensen die zich onveilig voelen op straat zeker in de winter – met de korte dagen – niet aanwezig zullen zijn, zelfs als het onderwerp van de avond hen wel interesseert. Voorzie je enkel de mogelijkheid om digitaal in te schrijven of aan te melden, bedenk dan dat nog heel wat mensen thuis geen internet hebben of moeite hebben met het invullen van digitale formulieren.

Goede praktijk In de zomer van vorig jaar overleed dhr. Lucien De Ridder, de onnavolgbare buurtwerker van de Muide, bij de haven van Gent. Vele decennia lang was hij dé vertrouwenspersoon geweest voor de bewoners van de wijk. Lucien kende iedereen en iedereen kende hem. Zijn overlijden zond een golf van verdriet doorheen alle huizen. Er werd een – heel mooie – uitvaartplechtigheid gehouden in ‘zijn’ Buurtloods, een ontmoetingsplaats die hij samen met een trouwe ploeg vrijwilligers runde. Om iedereen de kans te geven bij de plechtigheid aanwezig te zijn, reed een half uur van tevoren een auto op en neer langs de Meulesteedsesteenweg om de oudere en minder mobiele bewoners op te halen en tot bij de Buurtloods te brengen. Deze ‘gratis taxidienst’ maakte de plechtigheid beter toegankelijk.

Mogelijke verbeteracties

  • We zetten de naam en het telefoonnummer van onze contactpersoon op elke publicatie: folder, affiche, Facebook, … zodat mensen niet moeten zoeken voor ze contact kunnen opnemen.
  • We komen samen op een centrale plaats die ook toegankelijk is voor mensen in een rolstoel, met een visuele of auditieve beperking.
  • We regelen dat deelnemers aan een activiteit vooraf kunnen verzamelen op een vertrouwde plaats (vb. de koffieklas op school) en samen – met een veilig gevoel – naar de bijeenkomst kunnen komen. Zeker als het s avonds al donker is of als er een risico is dat mensen de weg kwijt geraken.
  • We houden rekening met de ‘digibeten’ in onze doelgroep.

Jouw actie – Beoordeel je situatie op dit moment? Is BEREIKBAARHEID een drempel naar je aanbod of initiatief?

  • 5 punten = dit is helemaal geen drempel
  • 4 punten = we zijn goed bezig
  • 3 punten = het is redelijk
  • 2 punten = hier is nog werk aan de winkel
  • 1 punt      = dit is een grote drempel

Geef jezelf een score en schrijf ze op een papiertje. Bij tip # 10 heb je ze opnieuw nodig.

Morgen gaan we aan de slag met de B van BESCHIKBAAR.